Yoga

Yoga komt van het werkwoord ‘Yuj’ en betekent: in evenwicht brengen, verenigen, een worden. Yoga komt voort uit de oude Vedische tijd waar het een manier was de geest te trainen en praktische gericht het denken te beteugelen en te richten om tot eenheid te komen met jezelf en het universele bewustzijn. Het vindt zijn oorsprong vooral in de Hindoecultuur. De oude yogageschriften zijn filosofische en geschreven in kernachtige spreuken, sutra’s. Deze filosofische uitspraken zijn van universele waarde en voor de huidige mens nog steeds toepasbaar.

Nepal-50_-_081‘Yoga is het stilleggen van de wervelingen van het denken’ 2e sutra van Patanjali.

Er zijn zes verschillende vormen van yoga:

Jnana yoga: Het pad van de wijsheid.

Bhakti Yoga: De weg van de devotie.
Karma Yoga: Het pad van de daad, het doen van onzelfzuchtige daden.
Mantra Yoga: De weg van het geluid.
Raja Yoga: Het Koninklijke pad genoemd. Met praktische fysieke oefening volgens het achtvoudige pad. Met houdingen, adembeheersing, meditatie en het afsluiten van de zintuigen.
Hatha Yoga: De yoga van lichaamsbeheersing, de weg naar Raja Yoga.

Veelal overlappen deze vormen van yoga elkaar.

Al deze vormen van yoga richten zich op hetzelfde: verlichting. Te vertalen naar zelfbewustzijn, onthechting of kosmisch bewustzijn.

Van deze vormen is Hatha Yoga het meest toegankelijk voor de Westerse mens. Deze neemt het fysieke lichaam als uitgangspunt om toegang te krijgen tot het bewustzijn.

‘Hatha’ betekent: krachtig. Hieruit is af te leiden dat yogaoefeningen ook intensief kunnen zijn. En dat deze vorm staat voor ontwikkeling van innerlijke kracht en onverzettelijkheid.

‘Ha’ betekent zon en ‘Tha’ betekent maan. Deze staan voor de twee tegenpolen die in vele vormen in de mens aanwezig zijn. Hatha Yoga tracht daarin eenheid te brengen. Eenheid in warm/koud, mannelijk/vrouwelijk, links/rechts.

Hatha Yoga: training van de geest met het lichaam als instrument.